INSTITUTO
CERVANTES
BENELUX ENGLAND AND WALES
Opleiding en Training, Werving
en Selectie, Management, Business Consultancy, Reizen, Vertaalservice, Tolkenservice, Public Relations, Communicatie, Publishing, Spaans in Spanje, Amerika, Ondernemerschap, Luchtvaart, Automatisering, Internet, Productions, Verzekeringen, Hotels, Bankbedrijf, Voetbal, Prinses Diana Stadion, Televisie, Onroerend goed
8 december 2000. Betreft: LUDWIG VAN BEETHOVEN Kenmerk: JH/HdK20001208.
Torremolinos, donderdag 7 december 2000. Estimado Amigo, 'Johan
van Beethoven' schreef ik abusievelijk in mijn
brief van
gisteren en vandaag.
Dat dient uiteraard
'Ludwig van Beethoven'
te zijn. Niet 'Von Beethoven'
maar 'Van
Beethoven', zoals mijn
vader mij dat altijd heeft voorgehouden. Hij kende ze allemaal,
zijn klassieken. Elk muziekstuk. Elke componist. Mijn vader Floris was
eigenlijk een miskend genie.
Die erkenning
krijgen mensen meestal als ze er lijfelijk niet meer zijn. Erkenning
komt vaak achteraf. Met een beetje goed geluk kun je er op het
eind van je leven nog iets van meemaken. Waarom schrijf ik je
dit allemaal? Je bent geïnteresseerd in de geschiedenis.
In de geschiedenis van de familie De Koning. Ik ook. Maar ik kan niet veel over
jouw familie vertellen. Neem mij dat niet kwalijk. Ik hoop jou
met mijn verhalen van de afgelopen drie maanden een belangrijk
referentiekader te hebben geboden waar je zelf ook iets aan hebt.
Ons gemeenschappelijk kader vindt zijn aanvang op de Ds. Creutzbergschool op
de Hazenkampsweg 38
in Nijmegen.
De vraag die
daarbij kan worden gesteld is: welke voorgeschiedenissen brachten
ons samen in dat gebouw? Bij Jufforuw
Maatjes, Zandbulten, Dijkstra, Vitalis en de heren
Van Cruyningen, Van
der Velden en Lankkamp? Dan was er nog zo'n donkere onderwijzer. Een verdomd
aardige vent. Ik ben zijn naam even kwijt, maar op dinsdagmiddag
gaf hij ons een uurtje Franse les. 'Ansjuuts' of
zoiets. Voor twee kwartjes in de maand. 'Le soldat est sur le mur'. Wel leuk, maar wat interesseerde mij nou die soldaat
op die muur? Toch had dat een geschiedenis. Die werd een beetje
helder toen mijn ouders mij meenamen naar Parijs. De Dôme des Invalides. Het Graf
van Napoleon. Wat hadden
we daar nou te zoeken? Ook dat werd later duidelijk. Het Nijmeegs
Lyceum. Een begrip.
Een geschiedenis op zich.
Kraan en Heijnen voor Nederlands.
Graatsma voor Frans. 'Miss Bom' voor Engels. Het was niet verstandig om die naam
als zodanig hardop uit te spreken in het Verenigd Koninkrijk.
Zij kwam uit Ellecom als ik mij niet vergis. Jan van Barneveld voor wiskunde. Hij zat op kamer bij mijn tante Antonia
Wilhelmina. De heer
Geurtsen voor Engels. In zijn 'knickerbockers'.
Hij hield altijd een schriftelijke overhoring. Daar ben ik ooit
nog met een gemiddelde van 9,9 uitgekomen over een heel trimester.
Allemaal tienen en één negen en een half. Dat was
balen. Een tien was echter te hoog op het rapport. Ook Graatsma beperkte zich hooguit tot een negen. In de derde
klas hadden we ook nog Geurt
Gijssen voor wiskunde.
Hij woonde toen op de Hazenkampseweg. Dichtbij de ingang van het
oude voetbalveld van
NEC. Hij hield van heel hard rijden
op de fiets. Vaak hielden we een wedstrijd over de Hazenkampseweg.
Vanaf Heyen-Dael. Geurt won altijd. Dan had hij
reuze pret. Af en toe zie ik hem nog wel eens. Op de televisie.
Als Kasparov moet
schaken voor de wereldtitel. Dan staat Geurt
er met zijn neus bovenop. Niets ontgaat hem. Een aardige kerel,
Geurt. Aan het eind van de derde klas moest
ik naar het ziekenhuis voor een operatie aan de blinde darm. 'Doei,
vierde klas?' Nee hoor. Tijdens de grote vakantie zat Geurt voor mij klaar. Twee tot drie keer in de week. Het
ging allemaal even gladjes, die eerste drie klassen. Maar de vierde.
Dat was andere koek. Voor Frans kregen we de heer Tillema. De aansluiting op de eerste drie jaar ontbrak
volledig. Nieuwe monniken, nieuwe kappen. We waren inmiddels verhuisd
naar de Cranenborghstraat. Tegenover het woonhuis van Bert Hortensius. Die kwam later pas in beeld. Kennedy werd vermoord
in Dallas in november 1963. Ik kreeg zijn familiegeschiedenis door, door het team van 'Reunion'.
Zo snel gaat dat tegenwoordig. Tot die tijd heb ik je zo nog zien
rondlopen. Vooral in die barakken. Toen vertrok je naar Zetten.
Het Heldring College als
ik mij niet vergis. In
1965 haalde ik mijn HBS-B diploma.
Met de hakken
over de sloot. 'Maar nooit blijven zitten' zoals ook onze goede
vriend Hans Wiegel placht
uit te drukken. De beste Staatsman die we nog hebben in de Senaat.
Dat dreigde mij het jaar daarop wel te overkomen. Op de HTS in
Arnhem. Oorzaak: een stevig conflict met mijn bouwkundeleraar,
de heer Ingenieur Hoek. Dit soort technici werd indertijd
nog met 'Mijnheer Ingenieur'
aangeduid. Ik hoor hem
nu nog: "Van der
Heyden. Waar ben je met je verstand? Zeker achter de meiden aan
geweest." Nee,
dat wilde niet zo best met de heer Hoek. In mijn vrije tijd nam
ik dan regelmatig de fiets voor een tochtje langs plekjes waar
wij dit jaar ook samen zijn geweest. Eén ding heb ik nog
van de heer Hoek geleerd:
"Van der Heyden" spreek
je nooit bij de voornaam aan. En lekker eten doe je bij De
Gouden Karper in Hummelo. Nog voor het einde van het studiejaar
ben ik eruit gestapt. In de militaire dienst had ik nog geen zin.
En voor de Universiteit kreeg ik geen vrijstelling. De directie
van de Rooms Katholieke
Peter Kanis Kweekschool
nam mij echter met open armen in haar keurklas op. De eerste 'student'
van Nederlands Hervormde huize. De rest van mijn levensverhaal
is je bekend. Als ik er zo op terugkijk heb ik de indruk dat ik
mij continu heb beziggehouden met het oplossen van andermans problemen.
Hieraan kwam een eind op 1
november 1989. Inderdaad.
Met de komst van Liesbeth
Halbertsma. Een
verademing. Ik had mij voorgenomen Nieuw
Elan uit de problemen te helpen. Regelmatig
kwam ze dan een kijkje nemen. In no-time kreeg zij inzicht in
mijn werkwijze en ik kreeg het gevoel of we elkaar al jaren kenden.
Niet zo vreemd eigenlijk. Want in feite hebben we dezelfde, of
soortgelijke achtergrond. Wij vulden elkaar perfect aan. De hoofddirectie
had inmiddels wel besloten om de activiteit Nieuw
Elan af te bouwen.
Daar heb ik dus hard aan meegewerkt. Na onze ontmoeting met jou
tien jaar geleden rond deze tijd inmiddels - in de Emmastraat
in Utrecht - heb ik
haar laten weten dat ik had gekozen voor een nieuwe koers. Het
ging mij verschrikkelijk aan het hart om haar dat te moeten vertellen.
Zo'n goede collega in de steek laten. Vaak zijn dit soort problemen
terug te voeren naar conflicten in het verleden. In dit verband
werd ik vanavond getroffen door een opmerking van Dr.
Van Lennep die zelfs terugvoert naar Dordrecht in 1578.
Ik lees: Deze zijne bemoeiingen
omtrent de Synode van 1578, met hetgeen daaruit voortvloeide,
behooren tot de merkwaardigste werkzaamheden van VAN
DER HEYDEN in de jaren van zijn verblijf te Middelburg. Onder
hetgeen hij in deze stad zelve voor het belang der Kerk deed,
verdient vooral onze aandacht
zijn verzet tegen de Doopsgezinden,
waartoe hij zich gedurende al den tijd, dat hij het leeraarsambt
aldaar waarnam, geroepen achtte. Lag daar de kern van het probleem? Vraag ik mij
af. Waarom sprak de heer Gijsbrecht
van Amstel over
'familie van cliënte', terwijl ik in de stellige overtuiging
heb verkeerd dat 'familie van cliënte' de vader van mijn
partner was. Dat antwoord zal zij nu zelf moeten geven. Ik meng
mij niet in andermans zaken, tenzij mijn belangen zijn of kunnen
worden geschaad. Ik heb mij zeer in haar verdiept. In haar werkwijze
en haar werkzaamheden. Zij was - om met Toon Hermans te spreken
- mijn "oogappelsien". Daar is niets MIS mee, naar mijn
idee. Ik zou het werkelijk op prijs stellen weer met haar verder
te kunnen werken na zoveel jaren langs gescheiden wegen met dezelfde
doelstelling te zijn bezig geweest. In het kader van het thema
De Geschiedenis van
Cervantes is de Geschiedenis van een Filosofie ga ik vanavond dus weer even met Heydanus verder uit de zestiende eeuw. Hier vind ik al direct
een buitengewoon en van historisch belang zijnd aanknopingspunt.
Wij zijn produkten van Dominees en Predikheren. Dat staat vast.
Ik vervolg het boek vanaf het punt waar ik gisteren
ben gebleven. Men mocht dus verwacht
hebben dat deze Godsdienstvrede, althans door de Protestanten,
met vreugde en dankbaarheid zoude zijn ontvangen, doch het tegenovergestelde
had plaats. Terwijl de Roomschen er niet van wilden hooren, omdat
men volgens hen den ketters te veel had toegegeven en het geheele
ontwerp tot schade van hun heilig, oud, katholiek geloof moest
verstrekken, beweerden juist de Gereformeerden, dat zij te weinig
hadden ontvangen en "dat Gods eer niet bevorderd werdt, waar
men openbare afgodedienst toeliet." ("On en était
venu au point, oh tout nuit et rien ne profite. L'exaltation,
de part et d'autre, ne permettait plus les termes moyens. Également
en horreur à la plupart des Catholiques et des Réformés,
le projet ne put être momentanement admis que la oú,
se trouvant a peu pres en forces égales, on desirait une
Tréve, pour avoir ensuite plus de chances de succés.
GROEN VAN PRINSTERER, Archives, VI page 389. Dit laatste had bij
voorbeeld te Antwerpen plaats.) En wat was het oordeel van DATHEEN?
In zijne verantwoording verklaarde hij zes jaren later, "dat
hij noyt in der Schrift ofte Kerkelijke Historiën gelesen
hadde, dat eenig Christelyck Potentaet die openbare uytgeroyde
affgoderie oyt wederom opgericht hadde, off dat 't selve met goeder
conscientie geschieden conde," en hij verzette zich dan ook
met de grootste heftigheid tegen de invoering van dien Godsdienstvrede
te Gent. Van DATHEEN verwondert dit ons niet; wij kennen zijn
karakter en het zou eerder onze bevreemding opwekken, indien hij
met den Godsdienstvrede had ingestemd, doch hoe is dit gedrag
te rijmen met het feit, dat hij deel uitmaakte der commissie,
die het verzoekschrift tot invoering van dien zelfden Godsdienstvrede
moest indienen? Ziedaar een duister punt dat eenige opheldering
eischt. De Prins VAN
ORANJE had sedert lang gewenscht eenen
Religievrede tusschen Roomschen en Onroomschen tot stand te brengen;
zijn doel was steeds geweest ook voor deze laatsten volkomen vrijheid
te verkrijgen en het recht van in het openbaar hunnen godsdienst
te plegen hun toe te staan; doch hij had den tijd voor dusdanige
bepalingen nog niet rijp bevonden. PRINSES JULIANA heeft daarmee gewacht tot de dag
van het huwelijk van PRINS
MAURITS en de begrafenis
van mijn vader. Thans, nu de spanning
tusschen de beide gezindten overal vermeerderde, begreep hij dat
er gehandeld moest worden en stelde zijn ontwerp op, om daardoor
zoo lang mogelijk den vrede in de reeds zoo fel geschokte provinciën
te bewaren. Hij wist echter dat zijn voorstel niet aangenaam zoude
wezen aan den Aartshertog, die dan ook moeite schijnt gedaan te
hebben om de uitvoering er van te verhinderen, en begreep daarom
dat het niet ondienstig zijn zoude indien hij gesteund werd door
de Gereformeerden, die in een rekest MATTHIAS om datgene zouden
verzoeken, wat hij, Prins WILLEM, voornemens was hun aan te bieden. Ik aarzel dan
ook niet als mijne overtuiging uit te spreken dat deze beide verzoekschriften
niet van de zijde der kerkelijken afkomstig zijn, doch
in de naaste omgeving van den Prins VAN ORANJE zijn opgesteld.
Vragen wij dan nu naar den opsteller zelven, zoo vestigt zich
onze blik terstond op VILLIERS. Hij, later de schrijver der beroemde
apologie, was volkomen voor die taak berekend, terwijl wij mogen
aannemen dat PHILIPS
VAN MARNIX mede een belangrijk aandeel
in het opstellen der rekesten zal hebben gehad. Dat bijbrengen
van voorbeelden uit vreemde staten en godsdiensten, dat wij in
het eerste rekest aantreffen, en waarop ik reeds met een enkel
woord wees, is geheel naar de wijze van doen van dezen laatste,
terwijl wij bovendien nog de aandacht kunnen vestigen op het feit,
dat MARNIX onlangs van den rijksdag te Worms was teruggekeerd,
en onder de steden, die tot voorbeeld moesten strekken van het
door de schrijvers betoogde, ook Worms wordt aangetroffen. Bovendien,
het tweede verzoekschrift met zijne menigvuldige wettelijke bepalingen
verraadt eene hand, die zich op dat gebied te huis gevoelt, terwijl
Wij sommigen van die bepalingen, in hoofdzaak althans, in het
ontwerp van den Prins terugvinden. Waarschijnlijk is dus, naar
den wensch van Prins WILLEM, door VILLIERS de Synode aangezocht eenigen harer
invloedrijkste leden te willen afvaardigen tot het aanbieden van
een rekest aan den Aartshertog, waarop, gelijk wij zagen, de keuze
van drie hunner volgde, den Praeses, den Assessor en eenen vertegenwoordiger
der Waalsche kerken. Ofschoon de Synode het rekest zelf waarschijnlijk
niet in handen heeft gehad, maar de commissie dat bij hare aankomst
te Antwerpen gereed gevonden heeft, zal zij toch met den hoofdinhoud
wel bekend zijn geweest; wij kunnen immers niet veronderstellen
dat zij afgevaardigden zou gezonden hebben tot het indienen van
een verzoekschrift, waarvan zij niet wist wat het inhield. Wellicht
heeft DATHEEN terstond te kennen gegeven dat hij met den inhoud
niet instemde; dit zou verklaren, waarom wij hem den 22sten Juni,
dag waarop het rekest werd aangeboden, nog in Dordrecht vinden, waar
hij het Avondmaal bediende, terwijl hij eerst eenige dagen later
naar Antwerpen vertrokken is. Dat niet alle leden der Synode er
evenzoo over dachten als hij, blijkt uit een brief van JOHANNES
CUBUS, den tweeden scriba dier vergadering, den 29sten Juni 1578
uit Antwerpen aan ARNOLDUS CORNELII te Delft gericht, waarin wij
het volgende lezen: "Op onse overghegheven requeste verwachten
wij goede antwoorde, ja sij sullen ghedwonghen sijn goede antwoorde
te gheven, wt dien dat sij eenighe beroerte vreesen wt oorsake
van den grooten toeloop totte predicatiën. De selve onse
requeste wordt nu ghedruct ende verhope v. 1. corts een copye
of twee te seynden". Heeft deze zaak ons eenigzins lang bezig gehouden,
het was, omdat ik helder de groote belangrijkheid wilde doen uitkomen
van de taak der commissie, waarvan GASPAR VAN DER HEYDEN een deel uitmaakte. Zij toch baande door het indienen van het rekest
den weg, waarop Prins
WILLEM straks met zijn ontwerp van Religievrede
zou kunnen voortgaan. Deze
zijne bemoeiingen omtrent de Synode van 1578, met hetgeen daaruit
voortvloeide, behooren tot de merkwaardigste werkzaamheden van
VAN
DER HEYDEN in de
jaren van zijn verblijf te Middelburg. Onder hetgeen hij in deze
stad zelve voor het belang der Kerk deed, verdient vooral onze
aandacht zijn verzet
tegen de Doopsgezinden,
waartoe hij zich gedurende al den tijd, dat hij het leeraarsambt
aldaar waarnam, geroepen achtte. Ik
wensch al die gelegenheden, waarbij zijn naam in betrekking tot
hen genoemd wordt, achtereenvolgens te behandelen, daar zij te
zeer verspreid zijn en aan den anderen kant ook weder te nauw
samenhangen, om iederen keer chronologisch in zjn levensbeschrijving
te kunnen worden ingevlochten. Reeds
spoedig na de overgave van Middelburg aan den Prins VAN ORANJE
in den aanvang van 1574 waren, gelijk wij zagen, vele Gereformeerden daar
weder binnengestroomd, en met hen natuurlijk ook eene menigte
uitgewekenen van andere gezindten, die vrijheid in de nu voor
hen veilige stad kwamen zoeken. Doch eene onbeperkte vrijheid van godsdienst behoorde
niet tot hetgeen mogelijk of oorbaar geacht werd in de zestiende
eeuw, en zoo geschiedde het dan ook dat de Calvinisten, die toen
den sterksten aanhang in Middelburg hadden, spoedig andere gezindten,
met name de Doopsgezinden, begonnen te belemmeren en, kon
het zijn, uit hunne stad te weren. Men
was altijd bevreesd dat het met hen nog eens "op sijn Munsters"
mocht toegaan, en achtte hunne weigering om den eed af te leggen
gevaarlijk voor den Staat als een mogelijk deksel der leugen,
terwijl hunne weigering om de wapenen te dragen diegenen verbitterde,
die hun leven veil hadden voor de verdediging van het vaderland.
Wij moeten dus niet voorbijzien, dat niet altijd onverdraagzaamheid
of haat tegen andersdenkenden de grond was van de vervolging,
tegen hen ingesteld, en waar wij mannen als TAFFIN, VAN
DER HEYDEN, ja zelfs MARNIX
VAN ST. ALDEGONDE tot harde maatregelen
tegen hen geneigd zien, moeten wij den drijfveer, die hen daartoe
aanzette, elders en dieper zoeken. Wij kunnen ons ook begrijpen,
dat deze mannen bevreesd waren beginselen te zien zegevieren die,
consequent doorgevoerd, de geheele Kerk, op zooveel bloed en tranen
gegrondvest en hun zoo dierbaar, te gronde moesten richten. Reeds
in Maart 1574 werd door den kerkeraad van Middelburg het vermoeden
geuit, dat er vele Doopsgezinden in de stad moesten zijn, daar
er veel meer kinderen geboren dan gedoopt waren, en in Mei staken
er zeer velen uit Engeland naar Walcheren over, daar zij door
Koningin ELIZABETH
uit haar rijk waren gebannen.' Here
We Are! Als ik dit van
tevoren had geweten had ik Diana nimmer toestemming gegeven om met
de zoon van die warenhuiseigenaar contact te houden voor een tijdje.
Hier houd ik het even bij en schakel terug naar de Keizer Karelstad.
Kleine overwinning voor
Al Gore Donderdag 07 december 2000 Dit is
een belangrijk precedent. Vooralsnog wens ik de heer Bush niet in het Witte Huis, voordat hij orde op zaken
heeft gesteld in zijn eigen staat en die van zijn broer. Ik moet
er niet aan denken dat hij zich van onze bestanden meester maakt
voordat Cervantes
USA een feit is.
Vervolg ik verder het verhaal van Van Lennep,
dan zullen we zien dat daar de Mennonieten in beeld komen, alsmede
een zekere Hans Bosschaert. Op de Peter Kanis Kweekschool
had ik een docent handenarbeid met de naam Jozef Bosschaert.
Hij woont thans in Arlons op de grens van België en Luxemburg en heeft ooit voor mij nog twee
werkstukken gemaakt over Don
Quijote.
Een van de twee,
met de afbeelding van een gebalde vuist, had ik in april 1992 in mijn kofffer tijdens mijn gesprek
met de Spaanse cultureel attaché van de Spaanse ambassade,
mevrouw Alonso. Van
Lennep vervolgt zijn
verhaal. Den 22sten Augustus van dat
zelfde jaar schreef dan ook VAN
DER HEYDEN aan CORNELII: "Auditorium nostrum Middelburginum
paulatim quidem augetur, verum non ex sententia. Gravantur cives
insolentia militum plus satis, ita ut multi indies nostrorum fratrum
revertantur in Angliam, et interea locus impletur Anabaptistis."
Anderhalf jaar later was de toestand nog niet verbeterd, blijkens
hetgeen hij toen aan zijn vriend schreef: "Status nostrae
Ecclesiae mediocriter est; Anabaptistae indies fiunt audaciores."
Zeer dikwijls treffen wij den naam van GASPAR
VAN DER HEYDEN, in de notulen van den kerkeraad van Middelburg
met betrekking tot de Doopsgezinden aan, hetzij om hen te vermanen
en te bestraffen, hetzij om bij de stedelijke regeering eenigen
maatregel ten hunnen opzichte doorgevoerd te krijgen. Eene voorname rol speelt hij bij de behandeling
der zaak van HENDRIK VAN HENSBERGEN, een onrustig man, die, van
Antwerpen afkomstig, zich te Middelburg aan de zg. Voetwasschers
(eene afdeeling der Doopsgezinden) aansloot en de gemeente "seer
perturbeerde," doch zich later met de Gereformeerden verzoende,
en vele jaren achtereen het predikambt bij deze kerk waarnam.
Verscheidene malen werd hij door VAN
DER HEYDEN "vermaent," totdat hij eindelijk betuigde
"dat het hem leet was, dat het met hem soo verre ghecomen
was." Hij beloofde "van nu voortaen niemant meer ontrust
te maken, maer het woord Godts te onderzoeken ende so het meughelyck
is, hem met de ghemeinte te versoenen." Hij schreef eene
schuldbelijdenis, en werd den 17den November weder bij de Gereformeerde
gemeente aangenomen. TE WATER vermeldt, dat aan VAN DER HEYDEN
in Middelburg, onder "andere zaken van gewicht", ook
het "houden van een gesprek met de Wederdoopers" werd
oppedragen. In de Kerkeraads notulen van het einde van 1577 en
het begin des volgenden jaars vinden wij daaromtrent meer. Wij
lezen daar: "Dewijl dat CRYNTGEN verclaert heeft, in teghenwoordigheit
van Wederdooperen, dat sy ongherust was in 't stuk der menschwerdinghe
CHRISTI, daerover sy de dispute begheerde te hooren, tot haerder
gherusticheit tusschen ons en deselve Wederdoopers, waermede de
Dopers wel te vrede syn, ende presenteren sulx te doen, als't
CRYNTGEN begheeren sal, so is verordent, dat dese dispute uitgesteld
wert tot naer het anstaende Nachtmael, ende dan sal Mr. CASPAR
de dispute wtvoeren, in 't bijwesen van Mr. JAN SEU, MICHIEL PANEEL,
JEREMIAS ACKERMAN en JACQUES VAN BERTHEM, met nog twee andere
broederen van buten der consistorie, te wetene CORNELIS CLAESSE
ende ANTONIE BOLLAERT. Item is goet ghevonden, dat tot dese dispute
ghenomen wert eenen notarius, die de redenen van beider syden
getrouwelick opschryven sal. En is daertoe verordent Mr. RYCHARD
VAN VARENT." Dit dispuut heeft echter niet plaats gehad.
Na vele onderhandelingen is men wel den 4den Januari 1578 te zamen
gekomen, maar nadat de Doopsgezinde leeraar HANS BOSSCHAERT eene
"predicatie" gedaan had, "heeft HEYDANUS, veel dynghen
opgheteekent hebbende, den leeraer ghepresenteert, van de menschwerdynghe
ofte ander puncten, die den leeraer valschelycke gheleert hadde,
te disputeeren, present een of twee notaryen 't welck den leeraer
gantsch afgheslaghen heeft, alleen bereyt synde, sonder notarius
ofte ander ghetuyghen te verantwoorden wat hij daer gheleert hadde.
Allegeerende seecker waerschouwynghe van de hooghe overheyt, van
gheen gherucht ofte beroerte te maken. Somma niet te willen disputeeren,
ten ware van de overheyt gheconsenteert of verordent." Nadat
men verlof van de overheid gevraagd en verkregen had, om gedurende
drie dagen te disputeeren, in 't bijzijn van "2 notariën,
die alles souden opteeckenen" werden de Doopsgezinden weder
daartoe aangezocht, maar zij weigerden, bij monde van bovengemelden
BOSSCHAERT. Van dit verzoek en deze weigering werd door den notaris
VAN VARENT acte opgemaakt, en "dewijl dat de Mennonyten
niet af en hielden tot Syriczee, Andwerpe, en elders leughenen
te stroyen, segghende dat de ministers der kercke tot Middelburgh
niet en hebben durven jegens HANS BOSSCHAERT haeren Bisschop disputeeren,
hoewel het van de overheyt toeghelaten was, so is goetghevonden,
dat men copie van de handelynghe senden sal tot Syriczee, tot
Andwerpe ende tot elders, opdat haere leughenen daerwt blycken
moghen." Ik
heb van Liesbeth begrepen dat zij niet van leugens
houdt. Hier lag toendertijd echter klaarblijkelijk wel een probleem. VAN
DER HEYDEN heeft
het de Doopsgezinden in zijn tijd klaarblijkelijk niet al te gemakkelijk
gemaakt. De schrijver van ons volkslied, de heer Marnix
van Sint Aldegonde
heeft hem dienaangaande ook nog een brief doen toekomen. Zelfs
onze goede vriend Willem
van Oranje hebben zij
daarbij ingeschakeld. Ik begin inmiddels enigszins te begrijpen
dat mijn goede collega Halbertsma bezwaar
heeft gehad tegen de fietstocht die VAN DER HEYDEN alweer
enkele jaren geleden door de Willem
de Zwijgerlaan te Oegstgeest
heeft gemaakt. Nochtans heb ik de stellige indruk dat de relatie
tussen VAN
DER HEYDEN en de PRINS VAN ORANJE een hechter fundament heeft dan met de Doopsgezinden
het geval was. Om die reden heb ik Liesbeth dan ook als mijn beste collega
bij
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN
geïntroduceerd.
Van Lennep laat hierover ook geen twijfel
bestaan. Hiermede eindigt de
zaak van dit dispuut, en wij weten niet of zij later nog weer
is opgenomen. Onnoodig acht ik het hier verder al de gevallen
met betrekking tot de Doopsgezinden te vermelden, waarbij VAN DER HEYDEN, hetzij
alleen, hetzij in gezelschap zijner mededienaren, in de Middelburgsche
kerkeraadsnotulen voorkomt; zij zijn daarvoor niet belangrijk
genoeg en komen meestal ongeveer op hetzelfde neder; liever wensch
ik thans een oogenblik stil te staan bij een brief, dien onze leeraar
in Maart 1577, naar aanleiding van hetzelfde onderwerp, van MARNIX VAN St. ALDEGONDE ontving. De stedelijke regeering van Middelburg
had de Kerk ijverig gesteund in hare pogingen, om de Doopsgezinden aldaar
te bemoeilijken. Zoo had tegen het einde van 1576 de Magistraat
dier stad hunne winkels doen sluiten, onder voorgeven dat zij
door het weigeren van den eed de burgerlijke orde en den band
der maatschappij verbraken, en alzoo niet langer als burgers geduld konden worden. Hierover dienden de Doopsgezinden een beklag in
bij den Prins VAN ORANJE, die reeds den 26 Januari I577 een gunstig
antwoord daarop gaf en ordonneerde, dat de "Supplianten bij
den Magistraet souden mogen bestaen met haer jae in plaetse van
eede, mits dat d' overtreeders van dien als eedtbrekers ende meyneedigen
souden gestraft worden," terwijl zij weder hunne winkels
mochten openen "ende neeringe genieten, gelijk sy van te
vooren gedaen hadden." Dat
pakte dus goed uit voor de Halbertsmaatjes. Albert Gore zit
nu met een soortgelijk probleem. Maar zolang de Baak-kring - oud en nieuw - achter hem blijft
staan, moet het hem wel lukken. Oranje had onze familie klaarblijkelijk
wel tegen zich in het harnas gejaagd. Den
predikanten behaagde deze handelwijze des Prinsen niet, gelijk
zich laat denken, en zij deden hun uiterste best, om de zaak nog
veranderd te krijgen. TAFFIN, die een opstel had geschreven ter
bestrijding van der Anabaptisten onwil om den eed af te leggen,
had er met den Prins
en VAN
DER HEYDEN over gehandeld. De eerste was echter niet te bewegen
iets aan zijn besluit te veranderen, en zag ongaarne dat er tegen
de Anabaptisten geschreven werd, de tweede keurde dit bepaald
noodig, en had er bij TAFFIN op aangedrongen. Toen hadden Wij dus wel een probleem met de Prins.
Voor de goede orde: Wij hanteren de Pluralis Majestatis al sinds de middeleeuwen, mijn Heer de Koning. In de vergadering der Staten van Holland en Zeeland,
in Maart 1577 te Dordrecht gehouden, werd de zaak opnienw met
den Prins besproken, en uit den brief (hierboven gemeld) dien MARNIX den laatsten
van die maand aan VAN DER
HEYDEN richtte, zien wij dat de Prins bij zijn vroeger
besluit volhardde, en den zachteren weg bleef verkiezen. MARNIX
bleef evenzeer bij zijn gevoelen en achtte dat men hen, die den
eed weigerden, niet als burgers moest beschouwen, doch de Prins
had verschillende redenen, waarom hij weigerde de Doopsgezinden
te vervolgen. Niet slechts omdat zij, waar zij weigerden zelven
de wapenen op te vatten tot verdediging van het vaderland, hem
meermalen met geld hadden bijgestaan, maar ook en vooral omdat
hij een afkeer had van alle vervolging ter oorzake van den godsdienst,
en zeer vreesde dat men door op dezen weg voort te gaan, in plaats
van het juk van het Pausdom, waarvan men pas was bevrijd, een
nieuw juk zich op den hals zou zien geschoven, de heerschappij
der bovendrijvende Kerk. Mijn
fietstocht door de Willem
de Zwijgerlaan in Oegstgeest dient ook niet te worden opgevat als zijnde een
hernieuwde poging tot vervolging van de Doopsgezinden, hetgeen
door de geachte Heer
Van Amstel zo ludiek
met de Britse term 'stalking' is aangeduid geweest.
Dit schrijven kan derhalve eveneens ter kennisgeving aan onze
advocaat en procureur te Bunnik worden overgedragen. De algehele
informatie derhalve. Ik dank hem hiermede tevens
voor de tijd en ruimte die hij mij heeft vergund om mij terzake
nader in de materie te verdiepen. Ik heb altijd prettig met hem
samengewerkt. De
brief die MARNIX
VAN SINT ALDEGONDE
aan VAN
DER HEYDEN schreef,
luidde in verouderd Castiliaans: "Negotium
Anabaptistarum heri, post acceptas tuas et TAFFINI literas, cum
Principe illustrissimo tractatur, et comperi certa multo esse
difficilius, quam sperabam: fecerat enim magnam mibi spem, cum
essem Mittelburgi, excludendos essecivitate, qui sacramentum obire
nolIent, aut certe haud esse solenniter admittendos. Jam causatur,
statui id non posse, nisi cum nova Ecclesiarum convulsione, propterea
quod Ordines baud sint passuri legem ejusmodi praescribi, quam
ex usu Reipublicae plane non esse statuant: imo asseverat, hane
unicam faisse olim causam, quamobrem consistoria in tantam invidiam
apud Ordines venerint, ut prope abfuerit, quin senatus consulto
facto penitus tollerentur. Jam denuo tandem rem agi, et quidem
quo tempore non dublum sit ex pontificia farragine multos frigidam
suffusuros. Omnino se existimare maxime id fraudi Ecelesiis fore.
Hic ego, cum vehementer urgerem, politico ac civili praetextu
posse rejici eos, qui omnis humanae societatis vinculum abrumpant,
et simul adderem, quam grave ex hujusmodi decreto, et quidem per
se impio, periculum et Reipublicae simul immineat et Ecclesiis,
satis acriter respondit, affirmationem illis fore pro jurejurando:
neque debere amplius urgeri, nisi una opera, et nos fateamur,
aequum esse, ut a Pontificiis ad eam cogamur, quae conscientiae
nostrae religio aversatur; neque plane consensuros passurosve
esse Hollandos Borcales, ut id fiat. Breviter, video vix quicquam
in hoc negotio nos esse profecturos. Quid mihi certe eo dolet
magis, quo magis video multorum piorum animos nescio quibus objectis
importunis scrupulis ita exacerbari, ac prope dixerim vulnerari,
ut minus bene velint iis, qui rem Ecclesiae pro suis viribus nituntur
promovere, etc." Van
een SEAT was er in die tijd nog geen sprake. De reactie van VAN
DER HEYDEN bevindt
zich - wellicht - nog in een kluis in Zwitserland. Vandaar dat
ik vanmiddag nog even naar de kapper ben geweest om mij te laten
knippen zoals op de foto met het opschrift TO DI FOR in
VANITY FAIR van 14 JULI
1997.
Van Lennep vervolgt immers
met: Het is zeer te betreuren, dat wij
den brief van GASPAR VAN
DER HEYDEN, die dit antwoord van MARNIX uitlokte, niet
meer bezitten, daar wij dan wellicht nog beter en uitvoeriger
het gevoelen van dezen leeraar met betrekking tot de Doopsgezinden
zouden kennen, doch althans eenigermate wordt ons dit gemis vergoed,
door hetgeen wij in een zijner brieven van het jaar 1579, aan
ARNOLDUS CORNELII gericht, lezen. (Bijlage B, N°. 21. De datum
ontbreekt, doch waarschijnlijk is deze brief op het einde van
1579 uit Antwerpen geschreven.). MENSO ALTING had hem een uitvoerig
schrijven gezonden "aengaende de Wederdoperen, die van Emden
t'Amsterdam dagelycks comen ende aenwassen," waarop de schrijver
achtte dat men "sich in tyts behoorde te versien." Verder
riep hij de hulp van
VAN
DER HEYDEN in, voor het geval dat er weder een godsdienstgesprek
zou gehouden worden. Nadat VAN
DER HEYDEN in zijn brief een gedeelte van dien van ALTING
heeft weergegeven, gaat hij aldus voort "Domini MENSONIS
discours is noch veel langer, maer dit heb ick v. 1. willen afschryven,
opdat v. 1. op de sake mach dencken ende v.1. meyninghe, deser
saken aengaende, overschryven. So veel mij aengaet, ick achte,
dattet noch alte vroech is wederom te disputeeren, daer dese dispute
1. noch so onlangs geschiet, ende noch yegelycken niet bekend
is, datmen daerom wt derselver siet hare boosheyt; die niet gansch
blint wil wesen, ende die doer deselve niet gesticht is, sal langsaem
doer eene nieuwe ter waerheyt gebrocht werden." Van het nuttelooze
van het disputeeren was VAN
DER HEYDEN dus vrij wel overtuigd; hij had dat trouwens te
Frankenthal in 1571 leeren inzien. Hij schrijft dan ook: "al
disputeerde men 100 mael, so sal mense daerdoer niet hinderen
connen, maer stouter maken, doch," voegt hij er bij, "salt
niet schaden, dat men op middelen bedenckt, of mogelyck d'ouerheyt
van Amsterdam sulcks begeert, dat men dan niet ongewapent sy."
Het middel volgens hem, "om den secten alderbest te hinderen,
is doer den eedt ende d'waken hen op te leggen, want daerdoer
wordense in haer opiniën gequetst, ende vlytich toetesien,
dat men hare leeraers weere, so vele als men can." Die eigenschap heeft zich tot op
heden doorgezet. Al wat telt is de vaststelling van het doel,
de koers en de wijze waarop dat doel kan worden bereikt, conform
het beleidsplan Instituto Cervantes NBLEW in goede samenwerking met onze
Spaanse
partners.
Vrijdag 8 december
van het Jaar des Heren 2000 Still
four days to go. Count down. Kok zei dat de kandidaatlanden mee
moeten kunnen praten over de verdere toekomst van Europa, ongeacht
de uitkomst van Nice. Daar ben ik het mee eens. 2004 is echter
te voorbarig. 2050 lijkt mij reëel als streefdatum. Een periode
van 25 jaar is op zijn minst nodig om te leren zorgvuldig te communiceren
met elkaar. Amerika: Alle ogen gericht op hof Florida
Dit is dus niet met elkaar in overeenstemming. Ik ben het in Europa
eens met het invoeren van het Europese vingerafdruksysteem. Hier
in Spanje beschikt men daar al over middels mijn zogenaamde 'Residencia',
de verblijfsvergunning, waarop ook mijn vingerafdrukken zijn vastgelegd.
Het bespaart de opvolger van de nieuwe burgemeester van Amsterdam
veel werk in de toekomst en naar ik hoop mij eenzelfde lot als
John
F. Kennedy op 22
november 1963. Met name om die reden ben ik van mening dat George
W. Bush eerst in zijn eigen territorium orde op zaken dient te
stellen voordat hij tot het Witte Huis kan worden toegelaten. Kamer
akkoord met vingerafdruksysteem. D Day Domino heeft - in cybernetische,
onomkeerbare procestermen te spreken - een nieuwe fase bereikt.
Vitesse laat beslag leggen. Hun actie richting Benfica is echter
wel noodzakelijk om de balans in evenwicht te houden. Dit proces
heeft op 28 januari 1988 een aanvang genomen met de beslaglegging
op de bezittingen van ondergetekende. Ik denk dat ik de enige
ben die over de mogelijkheden beschikt om hieraan een eind te
maken. En Mohamed Al Fayed uiteraard. Zodra hij de schade heeft
vergoed aan de holding ben ik bereid er een punt achter
te zetten. Vanaf Koninginnendag 2001 kunnen we klaarblijkelijk
gaan praten over een Italiaanse participatie in Cervantes Online. De kerk is klaarblijkelijk door
de kogel, om een collega-acteur van mijn vader zaliger (of Heyliger)
eens aan te halen. Ter toelichting: het woord 'heilig' is - etymologisch
gezien - afkomstig van het woord 'Heydelijk'. Vandaar onze achternaam.
Alexander
Amandus Josephus baron van der Heyden werd derhalve al 'een heilige man in de hemel'
genoemd (zie bijlage). Vervolg WOL. WOL in Italiaanse
handen. Tiscali doet bod op Word Online gestand. Ik denk dat we Nina Brink nu maar
binnen onze eigen organisatie moeten halen. Ze heeft nu veel ervaring
opgedaan. Ze is bekend binnen mijn relatienetwerk en ik ben het
tevens met haar standpunt eens. Zoals hierboven vermeld. Het genomen
besluit aangaande de overname van WOL door Tiscali accepteer ik
thans uiteraard als een vaststaand feit. Misverstand. Hier
heb ik niets meer aan toe te voegen. Wel stel ik vast dat de term
D-Day vandaag opnieuw gebruikt is.
D-day voor LCI
Voor de LCI Technology Group uit Den
Bosch (dient te zijn:
's-Hertogenbosch) wordt 2001 het jaar van de waarheid.
De naam 'Den Bosch' is - voorzover ik het mij goed kan herinneren
- enige tijd geleden middels een raadsbesluit - afgeschaft. De
enig juiste naam voor de Noordbrabantse hoofdstad luidt tegenwoordig
's-Hertogenbosch. Ook daar ben ik in de marktontwikkelingen geïnteresseerd.
LCI staat voor d-day met smartpen en schadeclaim. Wellicht
is het een goede zaak dat dit bedrijf ook aan onze holding
wordt gehangen.
Samen met Tulip en CSS Computer Solutions, de nieuwe sponsor van
en eveneens actief
op de markt van automatisering en telecommunicatie. Wat let ons.
Ze zijn ook Van Harte Welkom in Ons Bedrijf. Ik vond hier vandaag nog enkele
bekenden op het internet. Met name van mijn voormalige buurman
Roel
van Spierenburg
uit de Nachtegaalstraat in Wijchen-Noord. Hij is ook een goede
bekende van Broer van den Boom. Eén van de medewerkers
van het eerste uur van de Zaalvoetbal Vereniging Wijchen. Ze zijn
allemaal van harte welkom in ons bedrijf onder het motto Regeren
is Vooruitzien. Prettig weekend en tot volgende week in de
Bijlage:
Familiegeschiedenis
- Clemens
Fredericus Wilhelmus baron van der Heyden
Het EERSTE
PAARSE KABINET van het KONINKRIJK
DER NEDERLANDEN.
Voorste rij van links naar rechts Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen JO
RITZEN, Minister
van Buitenlandse zaken HANS
VAN MIERLO, Minister-President
WIM
KOK, Oprichter Instituto
Cervantes JOHN
VAN DER HEYDEN,
Minister van Binnenlandse Zaken en Vice Premier HANS DIJKSTAL, Minister van Justitie WINNIE
SORGDRAGER, Minister
van Financiën GERRIT
ZALM. Achterste
rij van links naar rechts Minister van Volksgezondheid en Sport
ELS
BORST, Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij JOZIAS VAN AARTSEN, Minister van Verkeer en Waterstaat
ANNEMARIE
JORRITSMA, Minister
van Defensie JORIS
VOORHOEVE, Minister
van Economische Zaken HANS
WIJERS, Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid AD MELKERT en Minister van Ontwikkelingswerk
JAN
PRONK.
DÍA
DE LA CONCEPCIÓN
Instituto Cervantes is legally registered at the Benelux Trade
Registrar under
deposit numbers 0508277 and 843323 in class 41: education, trainings
and courses and is a tradename of the Foundation
Cervantes Benelux
in Utrecht, registered under number 41211928 of the Chamber of
Commerce of Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes Holding
is a member of the Baak-kring
Management Centre VNO-NCW.
Photograph ENGELENBURG
CASTLE, KINGDOM
OF THE NETHERLANDS.
Instituto Cervantes está legalmente depositado como marca
comercial en el
registro de marcas del Benelux-Bureau
voor de Intellectuele Eigendom bajo los números de depósito 0508277
y 843323 en clase 41: educación, enseñanza y cursos
y es un nombre comercial de la Fundación Stichting Cervantes
Benelux en Utrecht,
inscrito bajo número 41211928 de la Cámara de Comercios
en Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House Cardiff. Cervantes
Holding es miembro
del Baak-kring
Centro de Gestión
Empresarial del Patronal del Reino de los Países Bajos
VNO-NCW.
Foto arriba CASTILLO ENGELENBURG
EN BRUMMEN.
Instituto Cervantes is als handelsmerk wettig gedeponeerd bij het Benelux
Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder depotnummers 0508277 en 843323 in klasse
41: onderwijs, opleidingen en cursussen en is een handelsnaam
van de Stichting
Cervantes Benelux
te Nijmegen, ingeschreven onder nummer 41211928 van de Kamer
van Koophandel te Amsterdam
(IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes
Holding is lid van
de Baak-kring, Management Centre VNO-NCW.
La Corona de
la Casa
Real Española
sirve de símbolo de unidad de nuestros países y
muestra la Lealtad Histórica
como expresada en el himno nacional de los Países Bajos.
More information
at the website of Amazon.com, Wal-Mart and Trafford
Publishing Canada.
VANAF 16
OKTOBER 2004 HEEFT
DE OPRICHTER VAN DE STICHTING
CERVANTES BENELUX,
EIGENAAR VAN HET HANDELSMERK
INSTITUTO CERVANTES
IN DE BENELUX EN DE LIMITED
COMPANY INSTITUTO CERVANTES ENGLAND AND WALES - OP STRAFFE VAN EEN DWANGSOM -
EENIEDER WAAR OOK TER WERELD - VERBODEN GEBRUIK TE MAKEN VAN DE
BEELTENIS VAN ZIJN OP 31
AUGUSTUS 1997 TIJDENS
EEN ONTVOERINGSPOGING OM
HET LEVEN GEKOMEN PARTNER,
TENZIJ DIT BINNEN HET KADER VAN DE DOOR HEM VERSTREKTE VOLMACHTEN NADRUKKELIJK IS OVEREENGEKOMEN.
THE WORK CONTINUES
© J.L. VAN
DER HEYDEN TORREMOLINOS
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN